AFC AJAX

Het Rood-Wit van Amsterdam

Het begon allemaal met die ene uitnodiging. De selectiedag bij AFC Ajax. De spanning in de kleedkamer, de geur van versgemaaid gras op De Toekomst en dat logo op je borst. Toen het verlossende woord kwam dat ik door was naar de JO16-1 na de selectietrainingen voelde ik me onoverwinnelijk.

Elke woensdag stonden we op het veld. Gehuld in het iconische rode shirt en het zwarte broekje. De trainingen stonden volledig in het teken van ontwikkeling. Bij Ajax ligt de lat hoog; elke training was intensief en tot in de puntjes verzorgd. We werkten ontzettend veel aan onze techniek en balbehandeling. Alles moest op een hoog tempo: strakke passes, aannames onder druk en explosiviteit. Daarnaast deden we veel onderlinge wedstrijden waarin de winnaarsmentaliteit echt naar boven kwam. Het was uitdagend, maar ook leerzaam om te zien hoe klein de details zijn die het verschil maken op dit niveau.

We speelden fysieke wedstrijden tegen jongenselftallen om harder te worden, en het hoogtepunt van alles? Langs de lijn lopen in een volle Johan Cruijff Arena tijdens de rust van een wedstrijd. Het geluid van het publiek, het licht op de mat; dit was de wereld waar ik van droomde.

De omslag en het afscheid van de droom

Toen ik werd uitgenodigd om drie keer mee te trainen met de Belofte het team direct onder de Dames 1, leek het pad naar de top uitgestippeld. Maar terwijl de lat hoger kwam te liggen, begon er binnenin mij iets te schuiven.

Terwijl mijn teamgenoten droomden van een profcontract, begon ik te verlangen naar iets anders. Mijn sociale leven bloeide op. Ik ontdekte de vrijheid van terrassen met vrienden, de energie van festivals en de gezelligheid van avonden die net iets te lang doorgingen. Mijn discipline en motivatie daalde, ik vond het voetbal veel minder leuk worden na al die jaren.

Voor het eerst in jaren ging ik met tegenzin naar de training. De vonk was gedoofd. Ik merkte dat mijn hart niet meer op het veld lag. Ik besloot te stoppen bij Ajax en helemaal te stoppen met voetballen. Ik ruilde de noppen in voor een hockeystick en sloot me aan bij een vriendinnenteam. Een jaar vol lachen en ongedwongen plezier volgde.

Heb ik spijt? Nee. Natuurlijk was er onlangs dat ene moment. Ik zat in de Arena op de tribune en zag mijn oude teamgenoten daarbeneden op het veld staan. Even schoot het door me heen: “Shit, dat had ik kunnen zijn.” Maar die gedachte verdween net zo snel als hij kwam.

Mijn tijd bij Ajax heeft me gevormd, me discipline geleerd en me herinneringen gegeven die niemand me meer afneemt.

Scroll naar boven